Het is net kerst geweest en gisteren werd mijn man 50. We hadden mensen uitgenodigd.
Toch best bijzonder, 50. Zo’n mijlpaal in een leven.
Dus je geeft een feestje. Want je kunt alles wel voorbij laten gaan.
Nee, even stilstaan leek ons wel een goed plan. Met wat vrienden en familie. Niet te gek.
En dan een buffet erbij. Eerst drinken en dan wat eten. Leek ons wel aardig.

Aan de slag dus. Buffet voor een man of 50.
Nou ja, er kwamen er een stuk of 30.
Maar je wilt niemand tekort doen, dus beetje ruim denken.
Je wilt toch iets van zekerheid hebben. Je wilt zeker weten dat er niet te weinig is.
Net zoals je zeker wilt weten dat mensen het eten lekker vinden.
Ben je zelf bijna 50, wil je nog steeds anderen plezieren.
Pfffff…. soms word ik moe van mijn eigen perfectionisme.

Dus alles moest goed voor het feest. Iedereen moest de keuze hebben tussen staan of zitten, genoeg drank en dus zeker genoeg te eten.
Omdat ik toch al als apart wordt beschouwd in mijn omgeving … eh… zo ervaar ik dat elke keer…. tenminste als het over eten gaat….
wil je extra je best doen om iets te maken voor anderen dat bij je past en wat zij lekker vinden.

Zo smijt ik bijvoorbeeld nooit te veel met terminologie.
Dat schrikt af heb ik geleerd uit ervaring.
Zodra ik de term ‘veganistisch’ erin gooi, krijg ik te horen dat ze toch echt niet zonder dat stuk vlees willen.
‘Hoe kun je leven zonder vlees?’
En ja, zo word je snel in die hoek van verdediging gedrukt.
Reageer je niet, dan vinden ze zeker dat ze gelijk hebben.
En dat geeft niet altijd, maar je wilt het niet altijd maar in het midden laten.

Kennelijk is het argument ‘ik kan niet zonder vlees’ het sterkste argument.
Keer op keer.
Als de ander dat zegt, sta je met de mond vol tanden.
Anyway… je zit dus in een spagaat tussen uitleg en onbegrip en emotionele argumenten.
Kom je met feiten, dan zijn er altijd emotionele tegenargumenten.
Aangezien de wetenschap er zelf niet uit is, is daar niet altijd de juiste houvast.
‘Ik heb geleerd dat…’ is overigens ook een sterk argument voor de tegenpartij menen ze.
‘Vroeger waren we jagers’ geeft aan dat vlees toch wel hoofdingrediënt dient te zijn kennlijk.
En dus zit je weer in die spagaat.
Gelukkig vloeit daar ook iets positiefs uit voort…. namelijk flexibiliteit van mijn kant.

Op het ‘grote’ feest had ik dus besloten de stoute schoenen aan te trekken en anderen met mijn inzichten in praktijk te laten kennismaken.
Ik maakte het complete buffet zelf.
Zoals ik het doe. Laat ze proeven.
Niks zeggen.
Gewoon laten proeven. Dan krijg je vanzelf reactie.
Dus ik bedacht wat ik zou gaan maken.
De aardappelsalade kon ook wel zonder mayonaise en vlees en ei bedacht ik me en dan nog een andere salade met veel groente…
Geen sla. Dat was te voor de hand liggend.
eh… ja, kruidige broccolisalade.
Dan wilde ik nog wel gevulde eieren maken en kipsaté voor de dierlijke liefhebbers en dan nog een grote schaal rauwkost, stokbrood, vooruit…..
Maar dan ook glutenvrije, aparte wraps.
Dat werden de kokoswraps met bietenhummus.
Fruit erbij, dat kon ik lekker vers maken en ook zonder toevoegingen.

Zo gezegd zo gekocht.
Hele auto vol met verse producten en aan de slag.
Zo liep ik onderweg wel tegen wat onvolkomenheden aan. Mayonaise bijvoorbeeld.
Normaal met ei. Oké, dan nu zonder. Want ik blijf veganistisch.
Al met al lukte dat wel aardig vond ik.
Mijn eigen gezin is dan het strengste publiek.
Die dus even buiten beschouwing gelaten.
Ik heb twee pubers. Jongens. 13 en 15 jaar.
Ze zijn best dol op mij, maar hebben echt liever shoarma dan broccolisalade.
Dat is niet hun ding.

Qua planning verliep het eigenlijk wel goed.
Op zich had ik eigenlijk alles wel goed gepland.
Niet teveel stress.
Alles zat goed in mijn hoofd en de uitvoering ging ook wel naar wens.
Dus alles op grote tafels.
Toch maar plastic bordjes en bestek gehaald (sorry…..) aangezien ik zelf niet genoeg servies had en de vaatwasser anders overuren draait.
Wel eigen glazen gepakt met aanvulling van wat plastic.

Da’s een zijsprongetje, plastic staat me eigenlijk heel erg tegen.
Zoveel plastic in ieder geval.
Alles wat je koopt zit in plastic.
Lagen vroeger de paprika’s los, nu zitten ze apart in plastic.
En de biologische bloemkool zit ook in plastic.
Dan blijft het kennelijk langer goed en raakt het niet besmet.
Of iets dergelijks.
Linksom of rechtsom, ik breng in een week heel wat plastic verpakkingen weg.

Terugkomend op het buffet, ik had alles mooi klaargezet en na de speech van mijn man viel het bezoek bijna uitgehongerd aan.
Dat was wel grappig, ik had wat schaaltjes met nootjes op tafel gezet.
Mensen dronken maar verder alleen wat nootjes.
Dus ja, dan heb je zo wat meer trek als je al een uurtje of wat staat te drinken.
Staat ja, want we hadden statafels voor het circulerend effect.
Of ietwat informeler.
Goed gelukt overigens.
Hoewel je groepjes blijft houden.

Na de speech was het buffettijd en ik was dus ietwat onzeker over de uitkomst, mijn eigen gezin als referentie nemend.
Maar…. de complimentjes waren niet van de lucht.
Ieder had zijn voorkeur en ik kreeg met name veel complimenten over JUIST de veganistische gerechten.
Dat was heel bijzonder.

Alsof ze aanvoelden dat het eten toch wel ietwat anders was dan ze gewend waren, was dat meer het onderwerp van gesprek dan normaal gesproken.
En dat in positieve zin.
Niet één zei er: ‘wel een beetje weinig vlees.’
Of: ‘ik mis de spekjes in de aardappelsalade of het ei.’
Kennelijk heb ik toch mijn smaak over kunnen brengen.

Een goed begin is toch het halve werk….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *