‘Kun je nog lachen?’ vraagt mijn vriendin als ze even komt kletsen.
Je kijkt zo vaak zo serieus.
Alsof het zo zwaar is.
Tsjaaa….
Weet ik veel.
Omdat mijn hoofd vol zit.
Moeilijk uitleggen.
Dat er niks meer bij kan.

Ik zal je iets vertellen.
In alle eerlijkheid.
Mijn moeder en ik….
da’s altijd lastig.
Laatst weer zoiets.
Ze wil een weekend weg.
Omdat ze 50 jaar getrouwd is.
Op zich leuk, zou je zeggen.
Klopt.

Maar….

ze zet alles naar haar hand.
Elke minuut wordt ingevuld.
En ik kan dat niet.

Dus ik zeg ‘nee’ tegen twee nachten met de hele familie.
Eén nacht is de max.
Maar dat snapt ze niet.
Dus ze wil me niet geloven.
Vind dat ik me maar moet schikken.
Omdat zij 50 jaar getrouwd is.

Mijn onmogelijkheid is onzichtbaar.
En dus lastig te begrijpen.

En mijn moeder begrijpt het dus niet.
Als ik met haar praat,
ben ik snel leeg.
Kan me er niet zo goed tegen wapenen.
Omdat ze zo dominant is,
constant oplossingen aandraag
waar ik ze niet nodig heb.
En als ik dat zeg,
is haar antwoord: ‘Ik doe het toch.’

Ik doe mijn best, maar blijf leeglopen.
Dus ik zeg ‘nee’ tegen twee dagen.
Vervolgens laat ze mijn vader mij bellen.
Ze begrijpen het niet.
Ik kan toch ook fietsen?
HUH?
Denk ik dan.
Fietsen?
Wat heeft dat er nou mee te maken?
Totaal ander level.
Geen verbinding.

Dus als mijn hoofd vol zit, kan ik lichamelijk ook niks?
Hmmm. Dat was zo in januari. Toen ik overliep. Toen zei mijn lichaam: ‘stop’.
Toen kon ik niks meer. Aan de grond genageld.
In de tussentijd hard gewerkt aan mezelf.
En aan mijn lichaam.

Maar nu gaat het al beter. Ik heb alleen een issue met energievreters.
Daar kan ik me nog niet zo goed van afsluiten. Leerpuntje nog.

En met directe familie blijft het lastig.
Omdat ze denken je te kennen.
Omdat je altijd zo was.
Je neemt een bepaalde rol in.
Zodra ze in zicht zijn.

Mijn man hoort het aan de telefoon.
Als ik haar aan de lijn heb.
Of mijn vader.
Mijn stem verandert kennelijk.
Blijft lastig.

Ik heb er een hele studie aan gewijd.
Leren loskomen van beperkende overtuigingen.
Experts gezocht.
Gekeken hoe zij dat doen.
Hoe zij zorgen dat zij geen energie kwijt raken.
Het gaat allemaal over grenzen.
Grenzen aangeven.
Dus dat doe ik nu.
Maar ja, dat wordt me niet in dank afgenomen.
Zeker niet door mijn familie.

Dus lachen?
Onbezorgd?
Misschien eens lekker dansen, gek doen.
Dat helpt mij.
Keihard op muziek meeblèren.
Heerlijk.
Daar word ik wel los van.
En minder vol.

En dan grenzen blijven aangeven.
Want ik moet met mezelf leven.
Dus mezelf leuk vinden.
En ik vind mezelf niet leuk als ik over mijn grenzen ga.

Mijn omgeving erna ook niet.
Want dan ben ik niet meer te genieten.
Dan kan ik niet anders dan me terugtrekken.
Voor lange tijd.

Voorkomen is beter dan genezen.
En zo kom ik stapje voor stapje weer verder.
Dichter bij mezelf.
Dichter bij de kern.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *